Ga naar inhoud
Verhaal

Karin Akkers – Kansen laten groeien in Utrecht

Geplaatst op 16 maart 2026, 20:41 uur

Karin komt oorspronkelijk uit Eindhoven. Haar vader was civiel technisch ingenieur en werkte als ambtenaar, vaak stand-by om in te grijpen wanneer er gevaarlijke situaties ontstonden, bijvoorbeeld bij gladheid of wateroverlast. Het idee dat werk ook iets kan zijn wat je doet voor de samenleving kreeg ze daardoor al vroeg mee.

Door het werk van haar vader verhuisde het gezin een paar keer. Later ging Karin Engels studeren in Nijmegen, gevolgd door Europese Studies in Amsterdam. Begin jaren 2000 kwam ze naar Utrecht. Haar zus woonde er al, en in Amsterdam was het moeilijk om een woning te vinden. Wat begon als een praktische stap, groeide langzaam uit tot een plek waar ze zich thuis voelde.

In het begin vond ze de stad bijna té rustig, een beetje alsof je in een klein dorp terechtkomt. Inmiddels waardeert ze juist die menselijke schaal.

Volgens Karin is Oost een fijne buurt om te wonen. Ze waardeert het contact met haar buren: mensen groeten elkaar, houden een oogje in het zeil en helpen elkaar wanneer dat nodig is. Soms organiseren buren een drankje in de straat, en als er iets speelt of iemand hulp nodig heeft, weten mensen elkaar snel te vinden.

Ze herinnert zich ook nog hoe in het begin buurvrouwen haar soms opwachtten wanneer ze thuiskwam van werk — met een glas wijn om samen even de dag door te nemen. Dat soort kleine gebaren geven een buurt karakter.

Ze kent inmiddels ook verschillende winkeliers, heeft haar vaste cafés, en waardeert hoe alles hier dicht bij elkaar ligt.

Een wandeling die ze bijzonder graag maakt, begint in Oudwijk. Via de Oudwijkerdwarsstraat loopt ze langs een oude boerderij die daar nog steeds staat. Even verder stroomt de Minstroom, met daar omheen volkstuinen en kleine paadjes. Als je doorloopt, kom je uiteindelijk uit bij het Oosterspoorbaanpark. Het is zo’n route die laat zien hoe stad en natuur hier bijna ongemerkt in elkaar overlopen.

Toen Karin na haar studie begon te werken bij een organisatie die adviseerde aan de overheid, merkte ze dat ze het interessant vond om na te denken over publieke besluitvorming. Dat bracht haar ertoe Bestuurskunde te gaan studeren.

Later werkte ze onder andere bij de gemeente Leerdam. In die periode groeide ook haar betrokkenheid bij D66, de partij waarvoor ze zich vandaag inzet.

In haar familie hadden mensen verschillende politieke voorkeuren — variërend van CDA en VVD tot PvdA — maar inmiddels kijkt men met belangstelling naar Karin’s werk en voelt haar omgeving zich ook betrokken bij de partij waarvoor zij zich inzet.

Voor Karin draait politiek in de kern om ongelijk investeren voor gelijke kansen.

Ze legt dat soms uit met een eenvoudig beeld: wanneer iemand al aan het verdrinken is, probeer je natuurlijk te helpen. Maar eigenlijk is het beter om mensen te leren zwemmen voordat ze in het water vallen.

Daarom ziet ze onderwijs als een van de belangrijkste plekken waar kansen ontstaan. Scholen kunnen volgens haar meer ruimte bieden voor sport, cultuur en schoollunches, zodat leerlingen ook andere talenten kunnen ontdekken naast de klassieke vakken.

Niet ieder kind voelt zich immers even sterk in het traditionele curriculum of krijgt vanuit de thuissituatie een breed perspectief mee. Sommige leerlingen vinden hun kracht bijvoorbeeld in sport of in kunst. Zulke activiteiten kunnen het welzijn van kinderen versterken — en daardoor is er uiteindelijk minder zorg nodig.

Bij dat onderwerp denkt ze vaak aan haar moeder, die lerares was en in het speciaal onderwijs werkte. Wat Karin altijd bewonderde, was dat haar moeder manieren wist te vinden om leerlingen te helpen, ongeacht de omstandigheden waarin ze hen tegenkwam.

Ook wanneer studenten hun studie afronden, ziet ze kansen voor Utrecht om talent vast te houden. Door plekken te creëren waar cultuur wordt gemaakt en gedeeld, kunnen jonge professionals hun weg vinden in de stad — zeker als ze er ook een betaalbare plek vinden om te wonen. Dat draagt tegelijkertijd bij aan het culturele leven voor inwoners en bezoekers.

Tijdens haar politieke werk merkt Karin hoe belangrijk het is om mensen persoonlijk te spreken. Door langs te gaan en te luisteren naar wat er leeft, krijgt ze een beter beeld van wat inwoners belangrijk vinden. Tegelijk merkt ze hoeveel steun er ook is van familie, buren en bekenden die vertrouwen hebben in haar inzet.

Daarnaast vindt ze het belangrijk dat inwoners zelf kunnen meedenken en meepraten over hun stad. Ze staat daarom positief tegenover burgerparticipatie in het algemeen en een burgerberaad in het bijzonder, mits daar een zo breed en divers mogelijke groep inwoners bij wordt betrokken.

Volgens Karin helpt het wanneer beslissingen transparanter worden genomen en wanneer inwoners meer ruimte krijgen om mee te denken over hoe middelen worden ingezet. In een stad als Utrecht — groot, divers en vol verschillende buurten — blijft het volgens haar belangrijk om steeds opnieuw te luisteren naar wat er leeft.