Jong van jaren, wijs van leven
Elske werd geboren in Westbroek, in een klein huis waar het leven zich dicht op elkaar afspeelde. Ze groeide op met drie zussen en één broer — vijf kinderen in totaal.
Al op jonge leeftijd droeg Elske verantwoordelijkheid. Haar vader was vaak ziek en moest regelmatig worden opgenomen in het ziekenhuis. Dat betekende dat ze veel alleen met haar moeder was en hielp bij de zorg voor haar broer en zusjes. Wanneer haar moeder haar vader bezocht, ging Elske mee.
Door de situatie thuis leefde het gezin eenvoudig. Haar moeder deed wat ze kon, maar met zoveel zorgen was het niet makkelijk om ieder kind alle aandacht te geven die het nodig had. Elske sprong bij waar nodig en miste daardoor regelmatig school. Ze vond dat niet eens zo erg — op school voelde ze zich niet echt thuis. Maar ook thuis was het klein en druk, met zoveel mensen in zo weinig ruimte.
Ze weet nog precies waar de meubels stonden. Die eerste jaren waren zo intens dat ze zich diep in haar geheugen hebben vastgezet.
Op haar veertiende ging Elske werken. In een huis aan de Maliesingel hielp ze met het huishouden en de zorg voor de kinderen. Haar vriend woonde dichtbij, aan de Nicolaasweg — een klein stukje nabijheid in een leven dat al vroeg veel van haar vroeg.
Op haar achttiende werd ze moeder. Nog jong, maar al gewend om belangrijke beslissingen te nemen. Ze trouwde met haar vriend, maar het huwelijk hield geen stand. Uiteindelijk stond Elske er alleen voor met twee kinderen.
Opnieuw moest ze keuzes maken die richting gaven aan haar leven — en dat van haar kinderen. Wat bijzonder is, is hoe zorgvuldig ze dat deed. Ondanks haar jonge leeftijd handelde Elske met opmerkelijke wijsheid. Ze bleef rustig, bleef verantwoordelijk en deed wat nodig was. Stap voor stap zorgde ze dat haar kinderen goed opgroeiden.
Dat zij later kozen om haar achternaam te dragen, zegt misschien wel alles.
Zorgen en werken liepen in haar leven altijd door elkaar. Eerst werkte ze bij Ouderijn, later in een ziekenhuis in Overvecht. Elske bleef actief en betrokken — zoals ze dat altijd was geweest.
En toen kwam de pensionering.
Voor het eerst in haar leven viel een groot deel van die dagelijkse verantwoordelijkheid weg. Geen werk meer. Geen kinderen om voor te zorgen. Het werd stil — misschien wel té stil. Die nieuwe rust moest ze leren toelaten.
Uiteindelijk verhuisde Elske naar Utrecht Oost. In het begin was het wennen aan een kleinere woning. Maar het groen in de buurt, de openheid en de sfeer maakten veel goed. Langzaam groeide het gevoel van thuis.
Vandaag voelt Elske zich hier op haar plek.
Ze werd actief bij Podium Oost en bij Oost voor Elkaar. Ze doet mee, helpt mee, is aanwezig. Bij de Tussenvoorziening leerde Elske nieuwe mensen kennen. Daar ontstonden vriendschappen die ze nog altijd onderhoudt. Een tijd lang kookten ze samen, één keer per maand — waardevolle momenten van verbondenheid en samen leven.
Stilzitten past niet bij haar. Elske wil graag een Voorzorgcirkel opzetten in haar wooncomplex — om naar elkaar om te kijken en verbonden te blijven. Daarnaast denkt ze mee over het initiatief Bankjes: zitplekken in de wijk waar mensen kunnen pauzeren, uitrusten of een gesprek beginnen. Zo wordt de buurt stap voor stap toegankelijker en warmer.
Tegenwoordig zorgt Elske ook bewust voor zichzelf. Ze fietst veel, blijft zelfstandig en kiest voor beweging. En misschien voor het eerst in haar leven maakt ze ruimte voor iets wat vroeger minder vanzelfsprekend was: vreugde voor zichzelf.
Wie haar levensverhaal volgt, ziet een duidelijke rode draad: al jong verantwoordelijkheid dragen — en die met wijsheid vervullen. Later vond ze een nieuwe manier om betekenisvol te blijven: in contact met anderen, in een buurt waar ze zich thuis voelt.
En waar Elske verschijnt, groeit iets — aandacht, warmte, verbondenheid.