Ga naar inhoud
Verhaal

Mensen en waarden die een thuis bouwen

Geplaatst op 2 februari 2026, 17:28 uur
Illustration

Felicia werd geboren in een mooie straat in Utrecht Oost, in een tijd waarin het er rustig was. Er stonden maar twee auto’s in de straat, er waren weinig kinderen, en er was veel ruimte om te kijken, te spelen en te dwalen. Ze had één beste vriendinnetje in de straat, en er was een oudere man met een prachtige auto die de kinderen soms meenam voor een klein ritje in de buurt. Het was een plek waar Felicia zich veilig voelde.

Vlakbij woonde een Indonesische familie, warm en vriendelijk. Later hoorde Felicia dat zij zich niet altijd welkom voelden in de kerk. Dat raakte haar. Het werd een stille, maar blijvende les: hoe belangrijk het is om mensen niet uit te sluiten, maar te zien.

Later ontdekte Felicia dat het huis waarin zij werd geboren al in 1901 werd gebouwd. In 1934 kochten haar grootouders ditzelfde huis. De geschiedenis van haar familie raakte zo letterlijk verankerd in de muren.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog gaven haar grootouders in dit huis Joodse onderduikers een schuilplaats. Het huis werd een plek van bescherming. Felicia maakte deze tijd zelf niet mee, maar ze leefde mee met wat werd doorgegeven.

Ook aan de kant van Felicia’s moeder liep die lijn door. Haar moeder groeide op in een huis waar tijdens de oorlog mensen werden opgevangen, soms onder dekmantel van kamerverhuur, soms in samenwerking met het verzet. Niet iedereen liet zich leiden door angst en egoïsme — dat idee werd onderdeel van de familiegeschiedenis. Voor Felicia werd zorg voor anderen zo geen abstract begrip, maar iets dat vanzelfsprekend voelde.

Felicia’s oma woonde altijd in het huis. Het was een groot huis, met een eigen verdieping voor haar oma. Soms ging Felicia naar boven om daar te spelen en koprollen te maken. Dat mocht. Tegelijkertijd was er ook een duidelijke regel: je vroeg altijd even of je naar boven mocht. Spelen en respect gingen hand in hand.

Felicia ging samen met haar zus naar de Montessori-school in de buurt, dichtbij de Nachtegaalstraat. Ze kon de vrijheid van de methode waarderen, maar eerlijk gezegd hield ze nog meer van buiten spelen.

Achter het huis liep een andere straat, met daarachter grote tuinen. Toen één van die tuinen te koop kwam, kocht Felicia’s vader een deel ervan — inclusief een klein tuinhuisje. Ineens had het gezin een enorme tuin.

Haar broer hield van dieren. Hij had drie fazanten, en het gezin had ook kippen. Op een dag kwam er een kuikentje uit het ei. Felicia herinnert zich hoe haar moeder het kleine, zwarte vogeltje na het eten op tafel zette, zodat iedereen het kon zien. Het pikte kruimels van het tafelblad. Zo’n moment blijft.

Felicia studeerde later psychologie aan de Universiteit Utrecht. Ze stopte een tijd, en keerde daarna terug om haar studie af te ronden. In die periode ontmoette ze haar huidige man.

Door een bijzondere samenloop van omstandigheden kwamen ze te wonen in dezelfde straat waar Felicia was geboren — in een andere stuk van de straat. In het begin kende ze de mensen daar nog niet, maar langzaam groeide het contact.

Vandaag voelt Felicia zich goed verbonden met haar straat. Een van de initiatieven die ze waardeert is de Running Dinner: een voorgerecht bij de één, hoofdgerecht bij de ander, dessert bij weer iemand anders. Samen koken, samen ontvangen. Meerdere keren deden zelfs studenten mee.

Ze heeft goed contact met haar buren. Met haar hond Max wandelt Felicia graag door het Wilhelminapark. Daar komt ze regelmatig buurtgenoten tegen. Ze gaat ook met haar trouwe viervoeter naar De Bilt, waar hij los kan rennen. Ook daar ziet ze vaak bekende gezichten uit de wijk.

Felicia merkt dat er in Utrecht Oost veel vriendelijke mensen wonen. Een buurt waar contact vanzelf kan ontstaan.

In haar loopbaan werkte Felicia bij het Trimbos-instituut, waar onderzoek wordt gedaan naar mentale gezondheid en verslaving. Het was een waardevolle periode. Tot op de dag van vandaag heeft ze er twee goede vriendinnen aan overgehouden.

Het huis van haar ouders, waar Felicia werd geboren, was altijd een plek waar mensen kwamen en gingen. Zo woonde daar in haar jeugd ook Jan Luiter. Felicia speelde soms met hem en liet hem haar vondsten zien.

Zo beweegt Felicia zich door haar straat. Met herinneringen, met ontmoetingen, met een vanzelfsprekend gevoel voor zorg en aandacht.

Zoals het huis dat haar leerde herinneren.
Zoals een straat die blijft doorgeven.